Het Oordeel (en hoe mensen er niet mee om kunnen gaan)
“Je rijdt roekeloos.”
“Ik vind die muziek geweldig!”
“Die Zalm moet z’n hypocriete muil eens houden.”
“Je krijgt een 8 voor dit mondeling.”
“Je smoel staat me niet aan.”
“Je bent geweldig! *knuffel*”
Is het je wel eens opgevallen hoe vaak je over dingen oordeelt? Je zou eigenlijk een telapparaatje moeten hebben (zoals in de Axe-reclame) om eens bij te houden hoe vaak je het op de gemiddelde dag doet. Ik vermoed dat de uitkomst schrikbarend zal zijn…
Op zich is oordelen niet negatief, ondanks de enge bijsmaak van het woord. Niet elk oordeel is een veroordeling met zeer nare gevolgen voor het slachtoffer, maar toch heeft het in verschillende (religieuze) tradities iets… onverbiddelijks. Binnen de monotheïstische godsdiensten zijn er veel gelovigen die de Dag des Oordeels vrezen, waarop alle daden in hun leven beoordeeld zullen worden. Valt het oordeel negatief uit, dan zijn de gevolgen niet mals, net als wanneer een jury unaniem “guilty” zegt en de rechter je naar de dodencel stuurt. …of naar Guantánamo Bay natuurlijk…
Dit zijn voorbeelden van de uitwassen van wat oordelen teweeg kan brengen, maar vaak zijn de gevolgen een stuk minder ernstig en vaak ook nuttig. Je moet oordelen over situaties om beslissingen te kunnen nemen. Als je geen beslissingen neemt hou je het in het leven niet lang uit; in het gunstigste geval ben je dan een slappe dweil die met alle winden meewaait. Je gebruikt je oordelingsvermogen om de wereld om je heen overzichtelijk te maken voor jezelf zodat je erin kunt functioneren. En zodat de keuzes die je moet maken beheersbaar worden. Weten dat het brood van de Lidl smerig is is immers handig als je geen idee hebt naar welke supermarkt je eens zult gaan. En oordelen dat die auto van links wel erg snel aan komt scheuren kan je wellicht doen besluiten om er niet principieel onder te gaan liggen om je voorrangsrecht op te eisen.
Oordelen is ook iets dat je veelvuldig doet in discussies. Je bent dan immers continu bezig met het beoordelen van hetgene wat je discussiepartner op je afvuurt om te kijken hoe je het in je eigen voordeel onderuit kunt halen. En dit gebied is het waar je soms pijnlijk geconfronteerd wordt met de beperktheid van de menselijke geest.
Religie en politiek zijn hiervan erg goede voorbeelden. Ik ken mensen die verstokt atheïst zijn en die op een beschamende manier neerkijken op mensen die er anders over denken dan zij. Om hun eigen standpunt kracht bij te zetten maken ze verschillende opmerkingen over het verschijnsel religie om voor hun gevoel “aan te tonen” dat het onzin zou zijn. Oordelen tot en met dus. Maar als je eens kijkt hoe zij tot dat oordeel komen is dit vaak een trieste gewaarwording.
Het is buitengewoon treurig om te zien hoeveel mensen met verve een mening hebben (en dus oordelen) over dingen waar ze niks van weten. Mensen vinden het blijkbaar normaal hard over andermans levensvisie te oordelen zonder ook maar de moeite te doen dieper te kijken naar wat er aan de oppervlakte zit. Ook in gevallen waarbij expliciet iets beoordeeld moet worden (visitaties, reviews, andere zakelijke aangelegenheden) is dit aan de orde. En de redenen ervoor zijn eigenlijk heel simpel.
Meer meenemen om je oordeel te vormen kost namelijk in de eerste plaats moeite. Ten tweede heb je het risico dat je gedwongen wordt je oordeel te wijzigen; dit brengt vaak op z’n minst een stuk gezichtsverlies met zich mee. En tenslotte is er de reden waarom mensen überhaupt oordelen: het leeft gemakkelijker als de wereld om je heen simpel is. Snel en ongehinderd door teveel vervelende kennis kunnen oordelen is de methode bij uitstek om dit te kunnen bereiken.
Eigenlijk zijn mensen in dit licht trieste wezens… krampachtig vasthoudend aan hun oordeel zodat hun zorgvuldig opgebouwde simpele wereldbeeld niet getorpedeerd wordt. Iets wat je dus vooral in discussies over levensbeschouwing en religie tegen zult komen…